Dit blog gaat over het gewicht van taal in de geestelijke gezondheidszorg. Verslaglegging in de zorg is er in vele soorten en maten. Sessieverslagen, onderzoeksverslagen, overdrachtsrapportages, behandelplannen, etcetera. Taal heeft gewicht en dus is het interessant om je bewust te zijn van wat je met taal beoogt. In dit blog suggereer ik dat meer bewustwording over het doel en effect van taal in onze verslaglegging van belang is en ons zelfs een nieuwe tool in behandelingen kan bieden.

Een herinnering aan lang geleden

Vannacht lag ik wakker en dacht ik ineens aan een cliënt op mijn eerste werkplek. Op mijn 18e werkte ik 10 maanden als leerling verpleegkundige op een klinische behandelafdeling. In de functie van ‘PBer’ (persoonlijk begeleider) sprak ik daar regelmatig met een jongeman. Het waren naar zijn helpende gesprekken, in de zin van dat het hem wat meer inzicht verschafte in waar hij stond en waar hij heen wilde. 

Verpleegplan

Eén van mijn taken als PBer was om een verpleegplan voor hem op te stellen. Het was een opdracht vanuit de opleiding om meerdere van die plannen op te stellen. Voordat ik het met hem besprak had ik het dan ook al doorgenomen met mijn begeleidster. Ze was zeer tevreden: het was me gelukt om alle problemen accuraat te diagnosticeren, binnen de kaders van de verpleegkundige diagnosen die wij moesten leren hanteren. Ik had inderdaad flink zitten bladeren in de boeken en was zelf ook tevreden: het klopte…

Handtekening

Op een mooie avond nam ik het plan, al zittend in de tuin, samen met deze cliënt door. Het was tenslotte de bedoeling dat er een handtekening onder een verpleegplan kwam. Eén voor één lepelde ik de termen op, opgedist uit ‘Het zakboek van verpleegkundige diagnosen‘, die volgens mijn begeleidster zo accuraat hadden gevat waar hij last van had. Ook noemde ik de bijbehorende taken die voor hem weggelegd waren, als hij deze problemen wilde gaan aanpakken.

Inadequate coping

“Zozo, inadequate coping”, zei hij. “Wat betekent dat dan wel precies?” Hij keek er een beetje smalend bij. Ik weet nog goed hoe ik hem uitlegde waarom zijn coping inadequaat was. Daar kon hij niet veel tegenin brengen: drinken en depressief worden waren nou eenmaal niet persé gunstige manieren om met moeites in het leven om te gaan. Zijn smalende houding verdween. Ondanks de krabbel die na 10 minuten onder het plan prijkte merkte ik dat de sfeer in het contact veranderd was. 

Schaamte

Geen idee waarom ik hier vannacht ineens aan dacht, maar ik schaamde me met terugwerkende kracht weer een beetje. Ik dacht na over mijn kritiekloze en zelfingenomen houding destijds. Over hoe die houding gestimuleerd werd in de opleiding. En over alle krabbels die daarna nog onder soortgelijke documenten verschenen zijn. Welk doel dient het eigenlijk, zo’n plan waar collega’s beamen dat de goede stickers zijn geplakt? Zitten er geen risico’s aan, bijvoorbeeld doordat iemand zich weer een stap verder weg voelt raken van ‘de normalen’?

 

Welk doel wil je dienen?

Nog steeds is het de standaard manier van werken: in alle vormen van rapportage in de geestelijke gezondheidszorg wordt veelvuldig gebruik gemaakt van ingewikkelde vaktaal. Ik durf daarmee te zeggen dat verslaglegging vooralsnog vooral een doel dient in het contact met collega’s en vakgenoten. We denken ermee te kunnen laten zien hoe goed we ons vak beheersen. Hoe eloquenter hoe beter, lijkt de regel. Dat het afstand schept is geen probleem: die dienen wij als professionals tenslotte goed te kunnen bewaren.

Zwaardere last

De vraag is echter in hoeverre het de cliënt dient. In het zicht krijgen op zijn of haar problemen bijvoorbeeld. Of in het voelen van de nabijheid van oplossingen en perspectieven. In zelfbeeld en gevoel van connectie met anderen. Zijn we ons bewust van de impact van onze verslagen op de mensen waar we over schrijven, en de eventuele nare bijwerkingen ervan? Bij mijn cliënt waren die er thans zeker: naast de onzekerheid en het gevoel van tekortschieten die hij in zijn eigen woorden en beleving al had, voegde ik hier nieuwe woorden aan toe. De last was zwaarder geworden..

De narratieve benadering

Binnen de narratieve therapie wordt heel anders met verslaglegging omgegaan. Ze dienen allereerst als vertelling en hervertelling; iets waar je cliënt zich weerspiegeld en gezien kan voelen. Er wordt gebruik gemaakt van de woorden en uitdrukkingen die mensen zelf gebruiken. Professionele taal of duiding dien je zoveel mogelijk te vermijden. Documenten zijn eigendom van de cliënt; net zoals je niet met modderschoenen iemands huis binnenloopt ga je ook secuur en met respect met dit papieren eigendom om. Met behulp van taal doe je pogingen om mensen helpende handreikingen te doen. Om iemand nieuwe,  helpende verhaallijnen te laten ontdekken en te laten versterken.

 

Hoeveel zou er veranderen, wanneer we meer bewust van het gewicht van taal met onze verslaglegging om zouden gaan? 

Recommended Posts
Een misvatting over dromen waarmakenwat een woord vervangen al niet kan doen